Emily Jacometti: “Digitale educatie is geen keuze meer maar noodzaak”

Als medeoprichter van HackShield werkt Emily aan een ambitieuze missie: kinderen op een leuke en toegankelijke manier leren hoe ze veilig het internet op kunnen. Door spelenderwijs kennis op te doen leren kinderen niet alleen hoe ze zichzelf online beschermen, maar raken ze ook enthousiast voor de sector. Want dat er in 2040 een tekort is aan goed opgeleide mensen is een feit.
De aanpak ontstond vanuit een bijzondere combinatie van achtergronden. Emily komt uit de gamesindustrie, waar zij al achttien jaar werkt aan games als leermiddel. Samen met haar medeoprichters, de een sterk in creatie, de ander in storytelling, bouwde ze aan een vorm waarin een spannend verhaal, spelelementen en educatie samenkomen. Zo maakt ze een moeilijk onderwerp als online veiligheid tastbaar.
Van simpele vraag naar groot maatschappelijk bereik
Het begon eigenlijk met een simpele vraag: wie leert kinderen hoe ze met het internet moeten omgaan? Het antwoord bleek: niemand. In ieder geval niet structureel. “We besloten te testen hoe kinderen reageren op een spel rondom online veiligheid. Met een pilot van 10.000 kinderen onderzochten we of zo’n spel nu echt werkt en of de kinderen er ook daadwerkelijk iets van leren. De eerste resultaten waren zeer positief.”
“Toen corona losbarstte, werd alles ineens urgenter. Kinderen zaten massaal online, ouders zochten houvast en HackShield groeide snel mee met die behoefte. Inmiddels hebben zo’n 680.000 kinderen tussen de 7 en 12 jaar het spel gespeeld. Voor mij draait het zeker niet alleen om de aantallen. Het gaat om wat je ermee bereikt. Kinderen die écht snappen hoe het internet werkt en zich er slimmer en veiliger in bewegen, dat is wat we willen.”
De wereld verandert sneller dan het onderwijs bijhoudt
HackShield leert kinderen niet alleen hoe ze zich online beter kunnen redden, maar leert zelf ook continu van hun gedrag en ervaringen. Het platform kijkt mee in hun online leefwereld en ziet daardoor snel wat er écht speelt. Zo bleek uit een les over veilig gamen, gespeeld door 160.000 kinderen, dat één op de drie regelmatig praat met onbekenden. Soms zelfs met verzoeken om telefoonnummers of naaktfoto’s. Zulke inzichten komen rechtstreeks van kinderen zelf. Voor Emily is dat een duidelijk signaal: dit zijn problemen om direct op te handelen.
“Kinderen zitten al midden in het internet. De vraag is of wij ze bijhouden.”
“We kiezen bij HackShield bewust voor een positieve aanpak. Geïnspireerd door de scouting werken kinderen toe naar de rol van ‘junior cyberagent’. Een titel die officieel is erkend door de politie. Ze krijgen concrete opdrachten in hun eigen omgeving. Bijvoorbeeld praten over sterke wachtwoorden met ouders en grootouders. Met uitgevoerde opdrachten verdienen ze (online) badges, net als bij de scouting.”
Die aanpak vraagt ook om snelheid. Terwijl de digitale wereld snel verandert, kijk naar de ontwikkeling van AI, beweegt het onderwijs veel trager. HackShield probeert dat gat te dichten door in korte cycli van zes tot twaalf weken nieuwe lessen te ontwikkelen en direct in te spelen op actuele signalen. Met hulp van inzichten vanuit politie of partners. Daarbij kiest Emily bewust voor korte cycli. “Liever snel iets opleveren dat grotendeels werkt en continu blijven verbeteren, dan wachten op perfectie terwijl de realiteit al verder is.”
Van initiatief naar impact blijft de moeilijkste stap
HackShield werkt vanuit drie strikte principes. Het programma is gratis, er wordt geen kindermarketing gedaan en kinderdata wordt nooit verkocht. Zo moet elk kind gelijke kansen krijgen om digitaal weerbaar te worden.
“HackShield is gratis dankzij de vele partners waarmee we samenwerken”, vertelt Emily. “Dit zijn organisaties die de waarde inzien van de educatie over online veiligheid aan de nieuwe generatie. Organisaties die bij willen dragen aan iets groters.” Maar precies daar zit de kwetsbaarheid. Zolang het draait op die steun en niet stevig verankerd is, blijft het onzeker. Terwijl de behoefte er overduidelijk is. HackShield ziet zichzelf niet als eindstation, maar als tussenfase. Het doel is juist dat scholen en de samenleving dit ooit zo goed regelen, dat HackShield niet meer nodig is.
“We behandelen digitale weerbaarheid nog steeds als een project, niet als een basisrecht.”
HackShield is één van vele innovaties. Emily legt uit dat er binnen het domein van veiligheid voor kinderen vorig jaar 137 initiatieven werden gestart. “Na een jaar stonden er daarvan nog vijf overeind.” Dat is voor haar de kern van het probleem. Niet het ontbreken van ideeën, die zijn er immers genoeg. Maar het niet doorpakken op initiatieven waarvan is bewezen dat ze werken.
Wat ontbreekt is geen bewijs, maar besluitvorming
Volgens Emily is school dé plek waar educatie over digitale weerbaarheid thuishoort. “Thuis hangt dat af van allerlei factoren. Op school komt iedereen samen. En met digiborden op 99% van de scholen is de infrastructuur er al. Kortom, de middelen zijn er, het programma bestaat én wordt al gebruikt en zowel leraren als kinderen zijn enthousiast. Helaas blijkt doorpakken op nationaal niveau lastig.” Volgens Emily een gemiste kans. “Het is een kwestie van opschalen wat er al is.”
Er zijn al tastbare successen aanwezig. Zoals Malaika, die via HackShield leerde omgaan met pesten, het vervolgens met haar klas oppakte en later zelfs kinderburgemeester werd van Alkmaar. Het resultaat: Alkmaar heeft zich het doel gesteld de eerste stad te zijn waar cyberpesten niet meer voorkomt. “Dat is waar het om draait. Je ziet wat het met kinderen doet. Meer zelfvertrouwen en meer weerbaarheid.”
HackShield laat zien dat het kan. Dat kinderen willen leren en dat scholen ervoor openstaan deze vorm van educatie toe te passen. “Maar het bestaat alleen omdat er partijen zijn die zeggen: hier willen wij aan bijdragen. Het betreft niet alleen het beschermen van de nieuwe generatie, maar ook het enthousiasmeren van deze groep voor de sector. En daar kunnen we alle hulp goed bij gebruiken.”






